EEN HALFJE BAKKER…

Wat doet jou Vader?

Die vraag is vooral bij kinders erg populair. En het stoerst is natuurlijk als je kunt zeggen, Brandweerman, Politieagent, Piloot of een andere opwindende beroepsgroep die tegenwoordig vaker slachtoffer dan held zijn. Mijn Pap, mijn grootste vriend… die was bakker! Al héél vroeg had ik in de gaten dat ik daarmee meer zegeningen toebedeeld heb gekregen dan mijn klas- en buurtgenootjes.

Wakker boven de bakker.

Mijn zolderkamer lag boven de keuken, en de deur naar mijn domein lag zelfs in die keuken… praktisch naast de oven.  Aangezien mijn Pap na 40 jaar zwoegen met een afgetakelde rikketik als WAO’er thuis zat, kwam er iedere ochtend een ongelofelijke zweem ‘gebakken geluk’ naar die zolderkamer gedreven.

En Pap, die bakte stug door!

Want dat wat er in meer dan 40 jaar ingeslagen was kon hij niet los laten. Hij stond om een uur of zes in de ochtend op, zocht wat klassieke muziek op zijn ‘onder-het-keukenkastje-hangende’ radio… en begon te bakken. Mijn wekker was geen volumineus geluid voortbrengend monster, maar een bedeesde zweem van vers brood, de waanzinningste wafels, warmbloedige worstenbroodjes, spectakelse speculaas of een andersoortige heerlijkheid. Mijn neusvleugels trilden rond zeven uur in de ochtend. ‘Rise & Shine!’

D’r uit en naar de keuken.

Morge Pap! Morge zoon! En voordat ik een stap in die keuken had gezet viel mijn lodderige oog op dat bruine, formica keukenblad. Daar lagen dan die wafels, nog belangrijker… er langs lagen op een hoopje de ‘misbaksels’, die paar wafels die de strenge toets van Pap niet konden doorstaan. En dat was mijn moment, de aanleiding naar een obese bestaan… in alle vroegte snaaien aan dat keukenblad.

Een vanzelfsprekendheid.

Ik wist niet beter, ik heb nooit geen brood gegeten… maar cake! Dat brood dat Pap bakte was anders dan dat wat je kreeg bij bakkers en supers. Dat had smaak, structuur en passie aan boord, én dat proef je. En wij sneden geen 28 boterhammen uit één brood, bij ons was een ‘snee mik’ eigenlijk een plak cake!

Hij het loodje, wij nog maar een half broodje!

20 Augustus 1997 werd mijn Pap opgeroepen om in het hiernamaals te komen bakken. Ik denk dat het grote opperhoofd bij zichzelf heeft gedacht;

“Jullie hebben lang genoeg van zijn kunsten kunnen genieten, nu ben ik aan de beurt!”

Maar dat opperhoofd heeft geen rekening gehouden met het gegeven dat onze vriezer bijna leeg was, en er dus nog maar een half broodje van Pap in lag. Tegen de tijd dat ik me hierboven moet melden krijgt hij dat ook op z’n bordje! Wat meent hij wel niet? Iemand wegrukken bij z’n trouwste ‘gebruikers’ terwijl er geen voorraad meer was!

Het heeft lang geduurd.

Ik heb lange tijd niet de moed gehad om dat ‘halfje’ te laten ontdooien. Maar de wetten van de diepvries zijn onverbiddelijk. Géén enkel product kan daar oneindig in overleven zonder verlies van smaak. Dus om Pap de laatste eer te bewijzen hebben we het halfje ontdooid en heerlijk opgegeten. Met échte boter, een dun laagje Pindakaas en pure Hagelslag… dat is bij ons thuis een gebakje!

Nooit meer.

Ik heb zelf gebakken, ik bak nog… ik heb brood bij bakkers gehaald, bij supers… in binnen- en buitenland… maar het zal nooit meer gebeuren. Dat kan ook niet anders, de combinatie van mijn zolder, zijn keuken, onze vriendschap, zijn bakmanschap, zijn passie én die onbeschrijfelijk verleidende geuren in de vroege ochtend kun je niet nabootsen. Er is geen surrogaat voor ‘gebakken liefde’!

 

 

Reageer

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd. *

Gerelateerde artikelen